Bij een cross-over combineer je twee opleidingen binnen de academie. De bedoeling is dat je in een bepaalde discipline al een eind op weg bent, maar je artistieke praktijk wilt verrijken met technieken, kennis of inzichten uit een ander atelier. Dat kan verrassende mogelijkheden openen, al vraagt het ook keuzes en tijd. We vroegen drie leerlingen die al voor zo’n traject kozen en één leerling die het overweegt naar hun ervaringen. Drie thema’s keren opvallend vaak terug.
1. Twee disciplines kunnen elkaar versterken
De meest voor de hand liggende reden voor een cross-over is de kruisbestuiving tussen technieken. Pieter combineert schilderkunst en grafiek en ervaart heel concreet hoe beide media in elkaar kunnen grijpen. Hij overschildert delen van zeefdrukken en bedrukt het werk vervolgens opnieuw. Zo ontstaat “een soort patchwork van mechanisch gedrukte partijen en organisch aanvoelende schilderlagen”.
Juist die wisselwerking opent nieuwe mogelijkheden: “Door de technieken te combineren ontstaan mogelijkheden die binnen één discipline minder vanzelfsprekend zijn.”
Ook Sofie, die momenteel haar laatste jaar Schilderkunst volgt, zoekt precies zo’n nieuwe impuls. Ze voelt dat haar parcours in de schilderkunst nog lang niet afgerond is, maar merkt tegelijk dat ze op bepaalde vlakken vastloopt. Een cross-over met fotografie zou haar beeldtaal opnieuw kunnen openbreken: “Beide ateliers kunnen elkaar versterken, waardoor ik tot nieuwe beelden kan komen, zowel foto’s als schilderijen.”
Een cross-over betekent zo niet noodzakelijk dat je een discipline achter je laat. Ze kan juist een manier zijn om er verder in te groeien.
2. Een andere discipline leert je ook anders kijken
De meerwaarde zit bovendien niet alleen in nieuwe technieken. Soms verandert een ander atelier vooral de manier waarop je kijkt en denkt.
Dominique combineert schilderkunst met Levend Model. Haar uiteindelijke doel blijft beter schilderen, maar tijdens het modeltekenen oefent zij iets wat rechtstreeks doorwerkt in haar schilderpraktijk: aandacht. “Ik leer mijn aandacht op een bepaalde manier op een onderwerp te vestigen en vanuit de concentratie van het moment dat kijken om te zetten in een beeld.”
Ook voor Frank, die modeltekenen met grafiek combineert, is die blijvende bron van observatie essentieel. Foto’s, prenten en andere beelden kunnen volgens hem het directe werken naar model moeilijk vervangen. Zijn conclusie is dan ook uitgesproken: “Modeltekenen zou als bron constant beschikbaar moeten zijn voor leerlingen uit alle opleidingen.”
Een tweede atelier levert dus niet alleen nieuwe vaardigheden op. Het kan ook een plek worden waar je andere artistieke reflexen ontwikkelt.
3. Meer mogelijkheden betekenen ook keuzes maken
Een cross-over heeft tegelijk een heel praktische keerzijde: de beschikbare tijd moet over twee ateliers worden verdeeld. Dominique merkt dat duidelijk. Waar hij vroeger acht uur per week schilderde, zijn dat er nu vier. “De tijd tussen twee lessen lijkt dan soms wat lang.”
Frank wijst op hetzelfde spanningsveld. Een groot project, de kostprijs van materialen, de groepsdynamiek of gewoon een groeiende voorkeur voor één discipline kan ervoor zorgen dat het ene atelier tijdelijk het andere verdringt.
Toch wegen die nadelen voor hem niet op tegen de mogelijkheden. Een cross-over kan een bestaande praktijk verlengen, een geleidelijke overgang naar een andere discipline mogelijk maken en vooral verschillende manieren van werken met elkaar verbinden.
Misschien ligt daar uiteindelijk de grootste kracht van het systeem. Een cross-over vraagt wat organisatie en soms ook een compromis, maar biedt tegelijk de kans om buiten de grenzen van één atelier te denken zonder het vertrouwde los te laten. Soms ontstaat een volgende stap in je ontwikkeling immers precies daar waar twee disciplines elkaar raken.

